HET EFFECT VAN WHOLE BODY ELEKTROSTIMULATIE OP DE STOFWISSELING IN RUST, ANTROPOMETRISCHE EN SPIERPARAMETERS VAN OUDEREN. DE TRAINING EN ELECTROMYOSTIMULATIE TEST

(Kemmler, W. / BIRLAUF, A. / VON Stengel, S., Universiteit van Erlangen-Neurenberg 2009).

Doel van de studie
Vooral bij vrouwen na de menopauze doet zich een substantiële verandering voor in de lichaamssamenstelling, met een toename in het abdominale lichaamsvet en een overeenkomstige vermindering van de spiermassa. Om deze trend tegen te gaan springt whole body electromyostimulatie training tegenwoordig in het oog als een alternatief voor conventionele spiertraining; het belast zowel het orthopedische als het hart- en bloedvatenstelsel minder bij een relatief lage trainingsintensiteit. Het doel van deze pilot studie was het vaststellen van de toepasbaarheid en haalbaarheid van EMS training bij ouderen en om de effectiviteit van deze vorm van training op antropometrische, fysiologische en spierwaarden te bepalen.

Methodologie
30 postmenopauzale vrouwen met veel trainingservaring werden willekeurig toegewezen aan een controlegroep (CG: n = 15), waar ze doorgingen met hun training als normaal, of een EMS-groep (n = 15), die elke vierde dag een 20 minuten whole body EMS-training uitvoerde, evenals tweemaal per week een training voor kracht en uithoudingsvermogen. De belangrijkste antropometrische gegevens (gewicht, lengte, percentage lichaamsvet, buikomvang, enz.) werden bepaald, evenals de stofwisseling in rust en VO2.

Resultaten
Het metabolisme in rust toonde een significante verlaging in de CG (-5,3%, p = 0.038) en geen wijzigingen (-0,2%, p = 0,991) in de EMS-groep. Ondanks een gemiddeld resultaat (ES: 0,62), verschenen er uitsluitend ontwikkelingen zonder significante verschillen tussen de EMS-groep en de CG-(p = 0,065). De cumulatieve waarde voor de dikte van de huidplooien daalde significant in de EMS-groep (p = 0,001) met 8,6%, in vergelijking met een lichte, onbelangrijke toename in de controlegroep (1,4%), een verschil dat statistisch significant bleek te zijn (p = 0,001, ES: 1,37). De tailleomtrek, een criterium voor abdominale vetzucht, daalde bij de EMS-groep significant (p [gt] 0,001) met -2,3% (vs CG: +1,0%, p = 0,106). Het overeenkomende gemiddelde verschil met de tussengroep bleek significant te zijn (p = 0,001, ES: 1,64).

Conclusie
Samenvattend, verbeteringen in functionele parameters zoals maximale kracht en snelheid zijn aangetoond, evenals gezondheidsrelevante effecten op de lichaamssamenstelling. Daarnaast werd bij deze groep goed getrainde, post-menopauzale vrouwen EMS-training in hoge mate geaccepteerd. Dus, afgezien van de doeltreffendheid ervan, lijkt ook de uitvoerbaarheid van dit type training verzekerd.

© 2018 - 2020 SD87 | sitemap | rss | webwinkel beginnen - powered by Mijnwebwinkel